De drie ervaringsdimensies: cultuur, caritas, missie

Cultuur: een test voor ervaringen, politieke actie, oecumenisme

Het leven van Gemeenschap en Bevrijding (G&B) is altijd gekenmerkt geweest door een grote culturele activiteit. De culturele levendigheid van G&B komt voort uit de passie om het vermogen van het christelijk geloof te testen of het een vruchtbaarder en alomvattend criterium kan bieden om de realiteit en gebeurtenissen te interpreteren. Het advies van St Paulus: “Test alles: behoudt wat goed is,” blijft voor G&B de beste definitie van haar culturele werk: alles kan benaderd worden en vergeleken worden aan de hand van dit criterium dat helderheid schept over de mens vanuit de christelijke openbaring, en op basis van dit criterium kunnen we wat waardevol is behouden en stimuleren wat waar en goed is.

Vanaf de eerste dagen hielden Giussani’s jongeren – terwijl  ze in een klimaat leefden dat de christelijke aanwezigheid in cultuur en opvoeding wil marginaliseren als hypothese om de werkelijkheid te ontdekken – zich bezig om symposia, nieuwsbrieven, en zogenaamde “reflectie-kaartjes” te maken in een poging om een antwoord te bieden aan de vragen die ze kregen tijdens de schoollessen of actuele sociale en culturele gebeurtenissen. Door die activiteiten herontdekten ze auteurs, teksten en problemen, die door de heersende cultuur waren gecensureerd of weggedrukt, en moedigden aan om die te lezen. In die “school” groeiden individuelen en groepen op, die dan zelf culturele initiatieven startten of eraan bijdroegen, op nationaal en internationaal vlek, samen met een myriade aan initiatieven, grote en kleine, die vreugde geven en ervaringen doen delen en de passie om het proprium (het eigene) van het christelijke gebeuren te verkondigen.

En zo ontstonden, in en buiten Italie, honderden culturele centra en tientallen private scholen, vaak ontstaan door coöperaties van ouders; uitgeverijen werden opgestart, journalistieke en uitgeversactiviteiten ontstonden, academische instituten en stichtingen werden gepromoot, en zelfs internationale meetings werden gerealiseerd (zoals de jaarlijkse “Meeting voor de Vriendschap tussen de Volkeren”) die grote namen uit de internationale cultuur samenbrengen om te discussiëren over de brandende en authentieke vragen van het moment.

Dit alles bracht zowel welwillende als negatieve gevoelens over de beweging met zich mee, in die mate dat los van en boven alle onvermijdbare fouten dat dit werk met zich mee brengt, men het moeilijk vindt, zo niet een vooroordeel heeft, om de christelijke identiteit te herkennen als drager van een originele beoordeling van de cultuur en de samenleving. Vooral voor hen die, zelfs binnen de zogenaamd Katholieke wereld, het geloof zien als iets dat vragen stelt  “hoog boven in de wolken” en niet als een factor die tussenkomt in de geschiedenis en de cultuur, en die de christelijke gemeenschap zich liever niet zien bezighouden met dingen die zich buiten de sacristiedeur afspelen.  In een echte christelijke beleving komt de politieke dimensie automatisch voort uit de culturele dimensie. De politiek actie, naar het idee van G&B, is een van de domeinen waarin de Christen geroepen is met grotere verantwoordelijkheid en idealistische inzet om dat eenmakende criterium te testen dat ons bestaan leidt in het licht van de problemen van het publieke leven en de instellingen. God gaf de mens macht om in Zijn schepping te werken door het goede gebruik van zijn eigen talenten  voor familie en gemeenschap, tot op het punt van die “veeleisende vorm van liefde” – zoals Paus Paulus VI het noemde -, de politiek. Het is dus geen wonder dat uit G&B mensen zijn voortgekomen die zich op verschillende niveaus, direct en op hun eigen verantwoordelijkheid, inzetten in de politiek.

Wat in het bijzonder belangrijk is voor een christelijke inzet voor de politiek, volgens de lijn zoals uitgezet door de sociale doctrine van de Kerk, is de verdediging van de vrijheid als het hoogste goed, een absoluut noodzakelijke voorwaarde  opdat de mens adequaat de antwoorden kan vinden die in zijn hart leven en waar hij nood aan heeft. De politieke actie typisch voor degene die in de Beweging is opgevoed, wil dus de voorwaarden scheppen dat het individu en de gemeenschap, in al haar activiteiten van productie, cultuur en verenigingen, niet in de hoek wordt gedrukt of gestraft wordt door een statistische kijk, of door privileges die maar aan enkelen worden gegeven, omwille van de macht. Een synthese van de opvattingen van G&B op de politiek is goed samengevat in Assago 1987. Senso religioso, opera politica [Assago 1987. Het religieuze gevoel, het politieke werk], dat de redevoering van Don Giussani bevat op de bijeenkomst van de christendemocraten van Lombardije, in Assago, 6 februari 1987. De tekst is nu gepubliceerd in L. Giussani, L’io, il potere, le opere (Marietti, 2000).

De strijd die niet alleen door individuen maar door de hele Beweging wordt gevoerd, zoals die voor de vrijheid van onderwijs en de gelijkheid tussen staats- en privaat onderwijs, of de meer algemene voor het respect voor het principe van subsidiariteit , maken de eenheid tussen het culturele en werk en de politieke actie duidelijk.

Tot slot, het concept van de cultuur zoals G&B die ziet, valt samen met de meest authentieke betekenis van het woord oecumenisme. Oecumenisme is niet het zoeken naar de laagste gemeenschappelijke overeenkomst tussen verschillende opvattingen met het doel om een tolerantie te rechtvaardigen die eigenlijk een gebrek aan liefde voor elkaar laat zien. Oecumenisme als de echte betekenis van cultuur toont daarentegen de mogelijkheid aan om andere ervaringen te waarderen, zelfs de verste en meest verschillende van de eigen ervaring (bij voorbeeld, de ervaring van Boeddhistische monniken op de Berg Koya, de Russisch Orthodoxe cultuur, of de Hebreeuwse traditie), omdat het feit dat we de waarheid door genade hebben gekregen, het ons mogelijk maakt om ieder spoortje en ieder straal van waarheid te herkennen en het te versterken.

Caritas: het vrijwillig geven als wet, het werk van de barmhartige liefde

Een van de acties die al in 1968 werden gepromoot door GS was de barmhartigheid in de omstreken van de “Bassa milanese”. Iedere week gingen enkele honderden studenten van Milaan naar de omstreken, de “Bassa” genoemd; waar de levensomstandigheden van vele families dicht bij de armoedegrens lag en het sociale leven ongeveer onbestaande was. Een middag per week bleven de studenten daar om met de kinderen te spelen en ze organiseerden er, in overleg met de locale parochiepriesters, leesonderwijs en catechese. Ze probeerde de families ook uit de nood te helpen.

“Het leven moet totaal delen zijn” zegt Don Giussani “maar onaandachtigheid, vrees, gemakzucht, allerlei obstakels in de omgeving, en kwaadaardigheid, doen het leven de waarde van de barmhartigheid verliezen. Om de mentaliteit van barmhartigheid te creëren, is de nederigste en meest effectieve weg om te beginnen om wat vrije tijd met opzet te besteden aan het deelnemen aan het leven van anderen. Een inzet die ook echt fysiek een inspanning vraagt is essentieel om onze mentaliteit te veranderen.”

Het caritatieve voorstel was dus en is een opvoedingsmiddel om deze “bekering” tewerk te stellen. Vandaag bestaan het caritatieve werk van G&B in verschillende vormen: naar een oratorium of een buurt gaan om met de kinderen te spelen, of naar een verpleegtehuis om de ouderen te helpen; jongere kinderen helpen met de studies, moeilijke situaties helpen dragen zoals armoede, mentale problemen, of de laatste stadia van een terminale ziekte, mensen helpen werk te vinden, etc. Ook hier zijn de operationele ontwikkelingen van de simpelste tot het meest complexe netwerk, net zoals in de culturele dimensie, geboren uit het vrije initiatief en de inzet van enkelingen en groepen die tot G&B behoren en die niet de hele Beweging aangaan.

Missie: een Katholieke getuigenis

Van in het begin werd de GS jeugd ook opgevoed met een gevoel voor missie, onder andere door de aandacht voor missionarissen in verre en moeilijke omstandigheden. Doorheen haar hele geschiedenis heeft G&B bijgedragen aan het missiewerk van grote personaliteiten (van Marcello Candia tot Mgr. Pirovano, van de priester Lardo tot moeder Theresa ) of van religieuze organisaties of ordes (de PIME [Milanese] paters, de Comboni Missionarissen). Maar het belangrijkste was het voorstel dat de hogeschoolstudenten werd gedaan om volledig en verantwoordelijk (misschien wel voor het eerst in de Kerkgeschiedenis) een missionaire actie te steunen in Brazilië, in Belo Horizonte, in 1962. De missie in Brazilië heeft een belang dat ver voorbij gaat aan dat het vertrek van deze 20-jarigen de eerste basis werd gelegd voor de aanwezigheid van de Beweging in Latijns Amerika: voor de hele geschiedenis van de Beweging betekende dit gebaar dat er geen verschil bestaat tussen een uitnodiging voor een “straal” (raggio), of een “School van de Gemeenschap”-samenkomst of een uitnodiging tot vriendschap aan een collega en de actie van de christelijke verkonding door vele missionarissen, met vandaag ook vertegenwoordigers van G&B, in moeilijke streken van Afrika, Azië, of Amerika. Het is dezelfde universele missie van de Kerk, dezelfde verkondiging.

Een gevoel van missie in de eigen sfeer en de getuigenis waar de Beweging haar leden toe oproept worden vooral begrepen als een offer van de eigen tijd aan Christus, meer als de organisatiecapaciteit of de communicatiestrategieën. Net zoals we van Milaan naar Romagna uitbreidde door de ontmoetingen van Don Giussani of de vakantie die de eerste GS jongeren doorbrachten aan de Adriatische kust, zo verspreidde de Beweging in die jaren zich ook in landen, dichtbij en veraf (bijvoorbeeld in Mexico, Taiwan, of Siberië) door soms erg toevallige redenen (een werkreis, onverwachte vriendschappen of samenwerkingen).  Tegelijk met deze gebeurtenissen, kwamen er doorheen de jaren de steeds dringendere uitnodigingen van Bisschoppen en priesters vanuit heel de wereld aan G&B om priesters of leken, die door de Beweging waren gevormd, te sturen.

Zo heeft G&B steeds haar missie begrepen als een bijdrage aan de missie van de Kerk, meer dan bezorgd te zijn over haar eigen verspreiding, en als een mogelijkheid om de christelijke ervaring op te roepen in ieder domein van het onderwijs of het werk waarin haar leden gevonden kunnen worden gevonden, overal in de wereld.