De fundamentele gebaren

Sommigen die in contact komen met het leven van G&B leden zijn verbaasd te zien dat zij een normaal leven leiden, in de zin dat het behoren tot de Beweging niet wil zeggen dat er speciale verplichtingen zijn of eigenaardige gebruiken.

Een van de karakteristieken waaraan de Beweging steeds heeft vastgehouden en die haar onmiddellijk onderscheid van traditionele Katholieke verenigingen, is dat zij geen enkele vorm van lidmaatschapstoelating heeft en dat de nadruk ligt op de belangrijkheid van de vrije keuze van het individu om de inhoud en de educatieve methode van de beweging te volgen. Even vrijblijvend geeft de G&B beweging enkele fundamentele gebaren aan voor een persoonlijke en gemeenschappelijke weg van geloofsvorming. Deze zijn “fundamentele gebaren”, maar geen van hen wordt als verplicht beschouwd.

Gebed

Een van de onderscheidende kenmerken van de Beweging is haar aandacht voor persoonlijk en gemeenschappelijk gebed. Daarom werd, van de eerste jaren van G&B een getijdenboek gepubliceerd, met het kerkelijke imprimatur, die een uittreksel is van het Breviarium dat de universele Kerk bidt. Ook is er steeds speciale aandacht geweest voor liederen voor de liturgie en het leren van hymnen en traditionele liederen.  Deze aandacht heeft geleid tot de “uitvinding” van een soort Liturgie voor het Paastriduüm, dat bestaat uit een krachtige evocatieve manier van Bijbellezingen, passages uit het poëtisch werk van de christelijke meditatie van Charles Péguy, en koor en muziekpassages uit de liturgische traditie en van het repertorium van de grootste werken die door religieuze thema’s werden geïnspireerd zoals het Requiem van Mozart en het Stabat Mater van Pergolesi.

Deelname aan de liturgie en de sacramenten, de gewoonte om het Angelus te bidden en frequent heel betekenisvolle schietgebeden (zoals het Veni Sancte Spiritus, Veni per Mariam)zorgt voor een familiariteit met bidden bij leden van G&B in haar meest waarachtige en simpele betekenis. Dat is in feite de oorsprong van gemeenschap en de eerste vrucht van een authentiek beleefd gemeenschapsleven. Bidden is de uitdrukking van afhankelijkheid van de Ander, die iedere redelijke en realistische persoon voelt.

School van de Gemeenschap

Naast de uitnodiging tot het gebed en een regelmatige beoefening van de sacramenten die elke Katholiek volgt, nodigt de beweging van Don Giussani haar leden en ieder ander die hieraan wil meedoen uit voor een wekelijks gebaar van discussie en catechese. In het begin werd die functie, bij Gioventù Studentesca, vervult door de “Raggio”, of “Straal” een samenkomst over een thema dat als basis voor de dag werd gebruikt. De uitgangspunten waren meestal basisonderwerpen: geen vragen die deelnemers de kans gaf om hun durf te meten of in subtiele verklaringen uit te weiden, pure exegese van het Evangelie of Paulinische teksten, maar onderwerpen die met het leven te maken hebben, om het makkelijker te maken te praten over wie men is en de noden met anderen te delen.

De “School van de Gemeenschap” wil een echte school zijn die, door het lezen en bediscussiëren van teksten die door het centrum van de Beweging worden aangegeven, de deelnemers een helderder beeld geeft van de natuur van het christelijke feit en dat hun leven verlicht. De aangegeven teksten komen meestal uit de leerstelling van de Kerk of uit de geschriften van Giussani.

De School van de Gemeenschap is het gebruikelijke moment van catechese en elkaar te ontmoeten, voor hogeschoolstudenten en universitaire studenten en voor volwassenen.

Zoals Don Giussani dat voor ieder gebruik van de gemeenschap heeft aangegeven, is de School van de Gemeenschap ook “publiek”, iets van waarde dat aan iedereen wordt aangereikt, in de zin dat ze openstaat voor iedereen en ze vaak ook in het openbaar is aangekondigd op plaatsen van studie of werk.

Caritatief Werk

Het voorstel voor caritatief werk, waar altijd van in het begin van GS tien duizenden jongeren en volwassenen aan hebben deelgenomen, is steeds duidelijk uitgelegd. Het is niet een zaak van liefdadigheidswerk te doen of om heel uitgebreide antwoorden te kunnen bieden aan noden die vaak groot en complex zijn, maar om te leren door het trouw uitvoeren van een voorbeeldig gebaar, dat de hoogste wet van het bestaan de liefde is, belangeloos.

Deze “school” van belangeloze inzet heeft in Italië en in heel de wereld aanzet gegeven, door de vrije en verantwoordelijke initiatieven van G&B leden of in samenwerking met hen, tot een grote reeks van grote en kleine caritatieve activiteiten, op de meest onmogelijke gebieden: van het onderwijzen van de catechese aan kinderen in het oratorium tot het verzorgen van ouderen in verzorgingstehuizen, van het opnemen van kinderen en volwassenen in nood in hun families tot het creëren van echte familie-huizen voor de moeilijkste gevallen (ongetrouwde moeders, drugsverslaafden, geesteszieken, personen met handicaps, terminaal zieken en AIDS patiënten); van de creatie van zakelijke ondernemingen die mensen met handicaps in de werkomgeving willen opnemen tot de oprichting van niet-gouvernementele organisaties voor ontwikkelingsprojecten en hulp in noodlijdende landen (zoals bijvoorbeeld AVSI in Italië, een organisatie die erkend werd door de VN, en CESAL in Spanje); van de oprichting van stichtingen zoals de Voedselbank (die dagelijkse maaltijden uitdeelt aan bijna een miljoen arme mensen in Italië vanuit de overschotproductie van middelgrote en grote voedselbedrijven) tot de creatie van solidariteitscentra die de werkloze jongeren (en de niet-meer-zo-jongeren) werk helpen vinden; van hulp in jeugdgevangenissen in Afrika en Latijns-Amerika tot de simpele economische hulp aan families met moeilijkheden.

Omdat een groot aantal van deze initiatieven een caritatief doel verenigen met een zakelijke organisatie, kan men zeggen dat deze werken, op een eigentijdse manier en vaak onder de paraplu van de non-profit sector, de traditie van grote caritatieve werken verder zetten die de geschiedenis van het Christendom zo kenmerken.

Vakantie

Vakanties, en zeker vakanties die allemaal samen georganiseerd worden op een locatie in de bergen, zijn altijd een van de belangrijkste momenten geweest om de vreugde van de christelijke broederlijkheid en de houding van verwondering te leren kennen, en waar die toe opvoedt in de confrontatie met de realiteit van de schepping.

Van in het begin waren “omstanders” erover verbaasd hoe Don Giussani soms zelfs hele grote groepen jongeren mee in de bergen nam voor vakanties, en hoe hij deze momenten gebruikte (in tegenstelling tot wat meestal gebeurd met schoolvakanties en zelfs met vele katholieke bewegingen) om een vreugdevolle en ordelijke broederschap te leven met een sterk christelijk karakter.

Bovendien kan men juist in de zogezegde vrije tijd het best zien waar een jongen of meisje echt belangstelling voor heeft in zijn leven en wat voor idealen hij zich inzet.

Deze vakantietijden, of ze nu in groep of in een individuele familie worden beleefd, zijn ook een kans om anderen de ervaringen die men geleerd heeft in de beweging door te geven.

Lezen

Een andere manier waarmee G&B haar leden wil opvoeden tot een kritische houding, tot een ontdekking van de menselijke waardigheid en het echte gelaat van de Kerk, is een uitnodiging om bepaalde boeken te lezen (bijvoorbeeld door het voorstel van het zogenaamde “boek van de maand”) en door cultureel werk, hen aanmoedigend om de waarde van schoonheid nooit te verwaarlozen zoals het naar voor komt uit bepaalde meesterwerken van de klassieke muziek, de schilderkunst of de film. G&B leden leren grote namen zoals Dante, Leopardi, Pascoli, Ada Negri, Pasolini, Montale, Rebora, Claudel, Péguy, Eliot, Milosz, Solov’ev, De Lubac, Lagerkvist, Moeller, Mounier, maar ook Schubert, Beethoven, Mozart, Rachmaninov, Donizetti, en Giotto, Masaccio, Caravaggio, Antelami, en ook Dreyer en andere grote figuren van de literatuur en de kunsten  kennen en hen uitgebreider bestuderen.

Zingen

Een van de karakteristieken die de geboorte markeerden en de groei van G&B begeleidden is het zingen, vooral in groep. “Zingen” zo zei Don Giussani, “is de hoogste uitdrukking van het hart van de mens. Er is geen enkele dienst aan de gemeenschap die kan vergeleken worden met zingen.” Of het nu gaat om liturgische muziek, liederen die voortkomen uit de ervaringen van G&B leden (waarvan sommigen over de hele wereld zijn geweest), of liederen uit het populaire repertorium van andere landen, is het zingen in groep steeds een van de belangrijke kenmerken geweest van de G&B samenkomsten. In gezang drukt de gemeenschap haar eenheid uit op een samenvattende en overtuigende manier, en de vreugde en het nieuwe bewustzijn dat door die eenheid ontstaat.

Het Gemeenschappelijke Fonds

Van in het begin van de Beweging, is een van de meest educatieve acties het zogenaamde “gemeenschappelijke fonds” geweest. Dit is een fonds dat de werken van de Beweging wil helpen door steun aan missionaire, caritatieve en culturele activiteiten. Elkeen geeft vrijwillig aan dit fonds, en geeft maandelijks een percentage van zijn inkomen (In het begin van de geschiedenis van de Beweging werd dit de “tithe” genoemd ). Het doel van dit gebaar is om te getuigen van een gemeenschappelijk concept van de persoonlijke eigendom en een groei van het bewustzijn van armoede als een evangelische deugd. De hoeveelheid ieder geeft is niet belangrijk, maar wat telt is de ernst waarmee met dit vrijwillige gebaar maakt. Het is de ernst dat iedere persoon toelaat opgevoed te worden in de caritas.