Luigi Giussani – Biografie

Giussani tijdens een college

Luigi Giussani werd geboren in 1922 in Desio, een stadje dicht bij Milaan. Zijn moeder, Angela, gaf hem zijn eerste dagelijkse introductie in het geloof. Zijn vader, Benjamin, was een lid van een artistiek begaafde familie, een houtbewerker en restaurateur, en hij spoorde Luigi steeds aan om te vragen naar het waarom, om te zoeken naar de reden van de dingen.  Priester Giussani haalde vaak enkele episodes aan uit zijn familieleven, stuk voor stuk illustraties van een milieu van diep respect voor anderen en een actieve opvoeding om de ware dimensies van het hart en de rede levend te houden.  Als voorbeeld kunnen we een episode noemen van toen hij nog een kind was, en met zijn moeder door de ochtendnevels naar de Mis ging, en zijn moeder bij het zien van de laatste ster die verdween in het opkomende ochtendlicht plots uitriep: “Wat is de wereld toch mooi, en wat is God groot!”.  Of de liefde van zijn vader, een anarchistische socialist, voor muziek. Die passie bracht hem er niet alleen toe om op moeilijke momenten in de familie de impact wat te verzachten door het zingen van beroemde aria’s. Maar daardoor gaf hij er ook de voorkeur aan te geven om in een economisch moeilijke tijd boven enkele betaalbare luxes, musici thuis uit te nodigen op zondag om muziek live te horen spelen.

Op zeer jonge leeftijd trad Luigi Giussani in het diocesaan seminarie van Milaan in, en studeerde en voltooide zijn verdere studies aan de theologische school van Venegono onder de leiding van leraren als Gaetano Corti, Giovanni Colombo, Carlo Colombo, en Carlo Figini.

Naast de culturele opleiding die de school gaf,en de relaties vol oprechte bewondering en grote menselijkheid met sommige van zijn leraren, betekende Venegono voor Luigi Giussani een zeer belangrijke omgeving voor de ervaring van de vriendschap van enkele “collega’s”, zoals Enrico Manfredini – de latere aartsbisschop van Bologna – in de gemeenschappelijke ontdekking van de waarde van hun roeping, een waarde die bepalend is in de wereld en voor de wereld.

Dit waren jaren van intense studie en grote ontdekkingen, zoals het lezen van Leopardi als een hulp bij de bezinning na de Eucharistie, zoals Giussani zich herinnert. De overtuiging groeide in hem dat het doel van ieder menselijk wezen (hoe ook tot uitdrukking gebracht), de profetie is – zelfs al is het onbewust- van de komst van Christus. Zo las hij de hymne Alla sua donna (Aan zijn Vrouw) als een inleiding op de proloog van het evangelie van  Johannes, en herkende hij in  Beethoven en Donizetti levendige uitdrukkingen van het eeuwige religieuze zintuig van de mens.

Vanaf dat moment zouden verwijzingen naar het feit dat waarheid herkend kan worden door de schoonheid waarin de waarheid zich openbaart, steeds deel zijn van de opvoedingsmethode van de Beweging. In de geschiedenis van G&B  heeft de schoonheid, dat wil zeggen de esthetica in de meest diepe thomische betekenis van dat woord en dus meer dan het benadrukken van een morele code,  altijd een bijzondere plaats ingenomen. Vanuit de tijd van zijn jaren aan het seminarie en als theologiestudent, leerde Luigi Giussani dat zowel de esthetische als het ethische gevoel voortkomen uit een duidelijke en passionele helderheid omtrent de ontologie, en dat een levendig esthetisch gevoel een eerste teken hiervan is, zoals blijkt uit de beste Katholieke en orthodoxe traditie.

Het volgen van de discipline en orde in het seminarie werd bij hem verbonden met een krachtig temperament  dat, in zijn dialoog met zijn leraren en de initiatieven van zijn medeleerlingen, door haar levendigheid en wil opviel. Een voorbeeld hiervan is dat  Giussani , samen met wat medeleerlingen,  een van de promotors was van een intern nieuwsblad, Studium Christi, met de bedoeling er een orgaan van te maken voor een studiegroep die zich bezig zou houden met de centraliteit van Christus te ontdekken in ieder subject dat kon worden bestudeerd.

Na zijn wijding bleef Giussani les geven aan het seminarie van Vengono. In die jaren specialiseerde hij zich in de studie van de Oosterse theologie (vooral de Slavofielen), de Amerikaanse protestantse theologie en verdiepte zich in de de rationele redenen om te geloven en de Kerk te volgen.

In het midden van de jaren ’50 verliet Guissani het seminarie om les te gaan geven aan middelbare scholieren. Gedurende tien jaar, tussen 1954 en 1964, gaf hij les aan de klassieke middelbare school in Berchet (Milaan). In die tijd begon hij met zijn studie en het schrijven van artikels over het probleem van de opvoeding, die zowel binnen als buiten de Kerk de aandacht trokken. Zo schreef hij onder andere de omschrijving van het woord ‘opvoeding’ voor de Enciclopedia cattolica.

Dit waren de jaren van het begin en de verspreiding van GS (Gioventu Studentesca, Student Youth). Tussen 1964 en 1990 had hij een leerstoel Inleidende Theologie aan de Katholieke Universiteit Sacro Cuore in Milaan. Meer dan eens werd hij door zijn superieuren naar de VS gestuurd voor een studieperiode. In het bijzonder  spendeerde hij in 1968 enkele maanden in de VS  om zijn studie over Amerikaanse protestantse theologie te vervolgen, die resulteerde in een academische publicatie, één van de weinige publicaties over dit onderwerp, met als titel Grandi linee della teologia protestante americana. Profilo storico dalle origini agli anni ’50. [Grote lijnen in de protestantse Amerikaanse theologie. Een historisch profiel vanaf het begin tot de jaren ‘50].

Hij staat aan het hoofd van de beweging Gemeenschap en Bevrijding en is voorzitter van haar Algemene Raad.

Hij staat ook aan het hoofd van de Centrale Diakonie van de Broederschap van Gemeenschap en Bevrijding, een vereniging die erkend is door de Pauselijke raad voor de Leken in 1982.

Hij is de ziel en gids voor de ervaring van Memores Domini, een door de Pauselijke Raad voor de Leken erkende lekenvereniging  (1988), bestaande uit  leden van Gemeenschap en Bevrijding die de keuze gemaakt hebben om hun leven toe te wijden aan God in het celibaat.

Hij is consultant voor de Congregatie voor de Clerus van de Pauselijke Raad voor de Leken.

Hij werd Monseigneur benoemd door Paus Johannes Paulus II in 1983, met de titel van Ereprelaat van Zijne Heiligheid.

Hij is de auteur van vele essays, die in verschillende talen vertaald werden: Engels, Frans, Spaans, Duits, Russisch, Pools, Portugees, Slovaaks, Sloveens, Hongaars, Grieks en Albanees, die de basis hebben gelegd aan de vorming van honderdduizenden jongeren en volwassenen.

Sinds 1993 is hij de directeur van een succesvolle boekenreeks “I libri dello spirito cristiano” (“Boeken van de Christelijke Geest”), die gepubliceerd worden door een van de grote Italiaanse uitgevers, Rizzoli RCS.

Sinds 1997 zorgt hij ook voor een serie van muziekopnames, “Spirto Gentil”, in samenwerking met Deutsche Grammophon, die veel succes heeft, zoals de verkoopscijfers en heel wat recensies in muziektijdschriften aantonen.

In 1995 kreeg hij de Internationale Catholic Culture Prize.

In 2001 kreeg Luigi Giussani de “Corona Turrita” uitgereikt, bij de 10e editie van deze prijs, die door de stad Desio wordt gegeven in erkentenis van haar bekendste bewoners.

Op 11 februari, bij de gelegenheid van de twintigste verjaardag van de pauselijke erkenning van de Broederschap van Gemeenschap en Bevrijding, schreef Paus Johannes Paulus II een lange persoonlijke brief aan Luigi Giussani.

In hetzelfde jaar reikt Ombretta Colli, de gouverneur van de provincie Milaan, in aanwezigheid van Kardinaal Dionigi Tettamanzi, de Isimbardi Gouden medaille van Verdienste uit aan Giussani, terwijl de Jongerengemeente  van Bassana del Grappa hem het ereburgerschap verleent.

In 2003 geeft de Vereniging van ouders van Katholieke scholen Giussani de Macchi prijs, bedoeld voor verdienstelijke figuren op het vlak van opvoeding.

Op 22 februari 2004 schrijft Paus Johannes Paulus II een lange brief aan Giussani bij de gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het ontstaan van Gemeenschap en Bevrijding.

Op 16 maart van hetzelfde jaar krijgt Luigi Giussani, tijdens de vijfde feest van het Statuut van de regio Lombardije, een van de zestien Longobardische Zegels (Sigilli Longobardi), die gegeven worden aan burgers met speciale sociale verdiensten.

Luigi Giussani stierf op 22 februari 2005 thuis in Milaan. Op 24 februari werd de requiemmis in de kathedraal van Milaan gevierd onder leiding van de persoonlijke gezant van Paus Johannes Paulus II, Kardinaal Joseph Ratzinger.  Hij sprak zijn preek uit tegenover meer dan veertigduizend personen. Luigi Giussani werd begraven in de Famedio sectie van het Monumentale Kerkhof van Milaan. Vervolgens is zijn lichaam verplaatst naar de nieuwe kapel, aan het eind van de centrale laan van de Monumentale Begraafplaats (Cimitero Monumentale).